Pumbo

 

Een Amsterdams Avontuur

In maart 2022, meteen nadat de covid maatregelen opgeheven waren, maakte ik plannen met mijn nicht, die in Amsterdam woont, om op 18 mei het Rijksmuseum te bezichtigen. Ik zou met taxi Valys op en neer reizen.

Toen ik op Skype, mijn moeder van mijn dagje Amsterdam vertelde, kwam een vriend van mij bij haar binnenvallen. Hij zei dat hij en zijn vrouw met een ander koppel, op 16 mei op Schiphol zou landen. Zij hadden twee overnachtingen in het Sir Adam hotel in Amsterdam. “Ik ga een dag eerder en blijf in hetzelfde hotel, dan kunnen we samen lunchen of zo!” zei ik zonder na te denken dat dit zou beteken dat ik een nacht alleen op een wildvreemd plek zou blijven. Iets wat ik in meer dan vijftig jaar reizen nog nooit eerder had gedaan. De taxireis duurde sowieso langer dan de normale twee uur autorit van Limburg naar Amsterdam en kon drie-en-een-half uur duren.

De eerste vraag van mijn moeder was, “Zou jij dat kunnen?”

“Waarom niet!” was mijn definitieve antwoord, terwijl ik op Google het Sir Adam hotel opzocht.

Tot mijn teleurstelling lag het Sir Adam hotel in Amsterdam Noord, terwijl het Rijksmuseum in Amsterdam Oud-Zuid lag, dus ik zou de ferry moeten nemen en dan met mijn rolstoel vier kilometers rijden. Toen ik met de receptie van dit “moderne” hotel belde, werd me uitgelegd dat ze geen kamer voor gehandicapten hadden. “Wij geven rolstoelgebruikers een hoekkamer want, door een fout van de architect, zijn deze kamers iets groter.” Ik ging foto’s van deze kamers opzoeken en kreeg niet de indruk dat mijn rolstoel erin zou passen, dus besloot ik een kamer in het Leonardo Boutique Museum hotel naast het Rijksmuseum en dicht bij het centrum te boeken.

Aangekomen op de hoek van de Pieter Cornelisz Hooftstraat om 11:15 klom de taxichauffeur de hoge trap op om iemand van het hotel te halen, zodat ik via de zijdeur, met de leveranciers lift, naar de receptie kon komen. De jonge dame zei dat mijn kamer in het souterrain was en bracht me ernaartoe. Ze begon meteen met het herschikken van de meubels, zodat ik meer ruimte had om mijn rolstoel te manoeuvreren en legde uit dat wanneer ik weer naar buiten wilde, ik alleen naar de receptie hoefde te bellen. Terwijl ik in deze ondergrondse kamer zat mijn meegebrachte lunch te eten, zag ik door de ramen die boven mijn hoofd waren, auto's, fietsen en voetgangers voorbij suizen. Ineens kreeg ik het Spaans benauwd en hoe langer ik daar zat, hoe meer claustrofobisch ik me voelde. Noem het souterrain, maar ik was in de kelder! Dit was de eerste keer dat ik in een hotelkamer verbleef waar het uitzicht niets anders was dan schoenen en wielen. Zodra ik klaar was, ging ik naar boven en vroeg of ze een grote bovengrondse kamer voor mij hadden. Ik legde uit dat ik niet per se een aangepaste badkamer nodig had, alleen genoeg ruimte voor mijn rolstoel. Een aardige jongeman legde uit dat hun grote kamers in de kelder waren en dat ze daarom waren aangepast voor gehandicapten. Nadat hij met zijn collega's had gesproken, bood hij aan me naar een van hun zusterhotels te verhuizen waar een toegankelijke kamer op de derde verdieping beschikbaar was. Helaas was dat hotel 5 kilometer verwijderd van het Rijksmuseum waar ik de volgende dag met de taxi zou worden opgehaald, dus ik móest daar blijven. Ik besloot gewoon zo lang mogelijk op straat te blijven rondzwerven, totdat ik zo moe was dat het me niet uit zou maken waar ik sliep.

Mijn vrienden vonden me in de lobby en toen ik hen vertelde wat er aan de hand was, zeiden ze dat de suite waarin ze verbleven in het Sir Adam zelfs erg klein was. Ik voelde me een beetje beter wetende dat ik de juiste beslissing maakte, toen ik dat hotel niet had geboekt. Omdat lopen voor hen moeilijk was, wilden ze naast de deur gaan om het Rijksmuseum te bezoeken. Ik kon altijd de volgende dag teruggaan met mijn nichtje want het was zo groot dat, ik toch niet alles in een dag konden zien. 

Terwijl we met z'n drieën door het museum liepen, kregen mijn vrienden appjes dat hun vriendin onwel was geworden en hoogstwaarschijnlijk niet in staat zou zijn om met de grachtenrondvaart, dat zij voor die avond geboekt hadden, mee te gaan. Toen ze me dit vertelden, had ik medelijden met die vrouw, maar vroeg of ze het niet erg zouden vinden als ik haar plaats innam. Ze belden met wie ze de reservering voor de cruise had gemaakt om te vragen of mijn rolstoel konden worden gestald en kregen te horen dat hoewel mijn stoel niet aan boord kon worden genomen, ze in het kantoor van Pure Boats op 106 van de Keizergracht, kon worden achtergelaten. Dus om 17 uur gingen we elk terug naar ons eigen hotel om ons klaar te maken voor de twee uur durende rondvaart van 18:30 uur.

Nu stond ik er echt alleen voor en moest ik uitzoeken hoe ik naar de Keizersgracht moest komen. De jongeman bij de receptie zei dat ik naar links moest gaan, terwijl Google me vertelde om te draaien en dan in dezelfde richting te gaan die hij zei. Ik begreep niet wat google wilde, totdat ik links de hoek om ging om op het fietspad te komen. Meer dan 100 fietsers kwamen op me af. Ineens snapte ik dat ik eerst naar rechts moest om bij het zebrapad over te steken en dan met de meer dan 100 fietsers in dezelfde richting te gaan rijden. De vlotte rit op het fietspad eindigde op, wat me gezellig leek, het Leidseplein. Ik moest mijn gebruikelijke snelheid van 5 terugzetten naar 3 toen ik op de hobbelige en schuine straat van klinkers was beland, anders werd ik van mijn rolstoel een gracht in gelanceerd en was goed door elkaar gerammeld toen ik mijn bestemming had bereikt.

Mijn vriend nam me bij de hand en hielp me de drie treden af om op de boot te komen, terwijl zijn vriend mijn rolstoel naar het kantoor bracht. Ik zat op de plek naast de kapitein want wij waren de laatste passagiers op de boot. In het Engels vertelde hij ons dat wij de komende twee uren konden drinken wat we wilden en nam meteen mijn beker om iets erin te doen en vroeg me wat ik wou. Ik voelde me meteen thuis. Nadat we een beetje aan varen waren, begon hij met ons te kletsen. Hij wilde weten wie we waren en waarvan we allemaal kwamen. California, New Jersey, New York, de antwoorden kwamen met de klok mee van de andere passagiers en ik was weer de laatste, Limburg. Hij was in de war en vroeg hoe ik dan aan die twee mannen kwamen. Ik en de vriend van mij legde uit dat onze vaders beste vrienden waren in New York en dat we samen met zijn twee broers, opgroeiden, maar dat ik nu hier woonde. “Ah, dus jij praat Nederlands?”

“Ja, ik woon meer dan twintig jaar hier.”

Met een glimlach zei hij in het Nederlands: “Dan kunnen we met elkaar Nederlands praten en niemand zou ons verstaan.”

“Ja, leuk toch?” was mijn net zo ondeugende antwoord.

Hij lachte en ging door met mij te praten. Nu was ik helemaal onder de indruk! Vaak als iemand me hoort praten, nemen ze ofwel niet de tijd om naar mijn antwoorden te luisteren of ze praten helemaal niet met mij. In plaats daarvan praten ze met de persoon die bij me is alsof ik er niet ben. Hij nam niet alleen de tijd om te luisteren, maar toen hij me niet begreep, was hij eerlijk genoeg om mij dat te vertellen en vroeg me het te herhalen. De twee uren met hem ouwehoeren waren snel om en toen het tijd was voor mij om de drie treden te klimmen, hield hij mijn handen vast, totdat ik terug in mijn rolstoel was.

Terwijl ik afscheid nam van iedereen, dacht ik hoe jammer het was dat zo veel mensen die niet zo makkelijk uit hun rolstoel kunnen komen, zo een belevenis nooit zou hebben. Ik vroeg me af waarom toegankelijkheid altijd zo moeilijk was en of er een boot voor rolstoelgebruikers bestond of gebouwd konden worden. Ik was allang blij dat ik deze keer mijn rolstoel in het kantoor had kunnen laten, want meer dan twintig jaar geleden, de eerste keer dat ik met mijn zus in Amsterdam was, moesten we mijn handbewogen rolstoel aan de kant van de gracht naast al die fietsen zetten en maar hopen dat die er nog was als wij terugkwamen.

Toen had zij mij door de hele stad geduwd en liet me al de toeristische plekken zien. Mijn herinneringen aan die tijd kwamen allemaal terug en brachten me naar het Anne Frank huis. Ik moest het gewoon weer zien en toen ik daar naartoe reed, hoorde mijn zus weer geïrriteerd zeggen: “Wat zijn dit oneffen straten!”

Behalve een paar wandelende toeristen, was de Prinsengracht uitgestorven. Zittend voor de zwarte gesloten deur, dacht ik aan Anne en haar omgekomen familie. Door haar verhaal was ze nog steeds op deze plek, zoals mijn zus altijd bij mij is. Na mijn gebed voor haar en allen die door de oorlog deze wereld moesten verlaten, reed ik over de achtbaan van straatklinkers en kinderkopjes terug naar mijn hotel.

Buiten stond een bord dat aan gaf dat het restaurant van het hotel tot 11 uur open was, dus ik had nog anderhalf uur de tijd om wat te eten, maar ging eerst naar mijn kamer om mijn fototoestel daar te laten. Ik wilde opstaan, dus moest ik, een knop drukken om mijn rolstoel naar voren te kantelen. Ineens hoorde ik KNACK en zag stukken hard zwart plastic vanuit de onderkant van mijn rolstoel vliegen. Ik drukte op de knop tegenover, zodat het weer recht was. Dat ging. Wat niet meer ging was rijden of weer naar voren kantelen. Ik zat vast! Ik werd zo nerveus dat mijn toch al spastische handen, nauwelijks het telefoonnummer, van mijn grootste voorstander als ik een nieuwe uitdaging wil aangaan, kon bellen. Precies datgene wat we bespraken, toen ik mijn soloreis aan het plannen was, gebeurde. Toen vroeg hij of ik zeker was dat ik het alleen in Amsterdam zou redden.

Mijn antwoord was: “Zo lang ik mijn rolstoel onder mijn kont heb, red ik me wel.”

“Het is niet te geloven,” zei hij toen ik uitlegde wat, na een supermooie dag, was gebeurd. “Eerst bel ik naar de receptie om wat eten voor jou te regelen en dan bel ik Medipoint voor een monteur.”

Om voorbereid voor mijn eten te zijn, klom ik uit mijn rolstoel en ging in de bureaustoel zitten. Ik was totaal verrast toen een van mijn favoriete sandwiches werd gebracht. Voordat hij wegging, deed de jongeman de gordijnen voor me dicht. Dit gaf me een kalmerend en veilig gevoel.

Mijn lieve ruggensteun belde terug om te zeggen dat de monteur, die op weg naar huis was in Amstelveen, zou over twintig minuten bij me zijn. Wij moesten allebei lachen toen hij Medipoint in Limburg belde en de monteur aan de lijn zei, “Ik kom er zo aan”, maar dan vertelde hij hem dat ik in Amsterdam zat. “Oh, ik ga onze monteur in het noorden bellen”, zei hij dan.

De jongeman van de receptie klopte aan en liet de monteur binnen. Kijkend naar mijn kapotte rolstoel, wist hij meteen wat aan de hand was, maar had het onderdeel niet bij zich. Hij moest naar hun magazijn om het te halen en zou over veertig minuten terug zijn om het te maken.

Gedurende een uur zapte ik door de televisiezenders. “Wij hadden het onderdeel niet in het magazijn, dus ik heb het van een ander rolstoel die daar stond, afgehaald.”

Om half twee was hij klaar en alles deed het weer en ik kon eindelijk naar bed. Toen ik daar in mijn eentje lag, hoorde ik weer de auto’s langs suizen. Ineens moest ik aan de golven van de zee denken en voordat ik in slaap viel, lachte ik in mezelf om hoe de geest ineens anders kon denken.

Ik was verbaasd dat ik doorsliep en wakker werd om 8 uur. Nadat ik had gecontroleerd of mijn rolstoel volledig was opgeladen en nog werkte, maakte ik me klaar voor mijn nichtje. Omdat het zo'n mooie dag was en er niets meer was dat ik in het Rijksmuseum wilde zien, veranderden we onze plannen en dwaalden door straten. Eerst door de P.C. Hoofstraat, wat ze noemen de Rodeo Drive van Amsterdam. Dan naar CoffeeConcepts op de hoek van Jacob Obrechtstraat waar deze Starbucks fan verliefd werd op Dubbele Americano koffie. Een straat verder gingen we, wat mijn nichtje “Mij Central Park” noemt, het Vondel Park in voor brunch op een bankje. Ik wilde zien waar zij woonde, dus nam ze mij mee door haar buurt. Het was de eerste keer dat ik niet bij een familielid binnen kon komen. Zij woont in een typisch Amsterdams huis: lang, smal en op de derde verdieping zonder lift, toch was het fijn om te zien. Wij slenterden terug naar het afgesproken taxi-ophaalpunt en zaten te wachten in de tuin van het Rijksmuseum ertegen over.

Terugdenkend ben ik blij dat ik de mogelijkheid, om een dergelijke belevenis te hebben, heb benut.


Zoeven Op Het Strand

Toen ik op vakantie was, heb ik ervaren dat zoeven op zand mogelijk is. Maar hoe snel je zoeft hangt af van de snelheid van de persoon die de strandrolstoel duwt. Er zijn elektrische strandrolstoelen te koop, maar er zijn ook ‘gewoon’ standaard modellen zonder motor. Vraag maar eens aan de strandwacht. Ik kon er eentje gedurende een uur gratis gebruiken op het strand van Montauk Long Island, New York, maar je moet er rekening mee houden dat je op sommige stranden huur of een waarborgsom moet betalen om de stoel te mogen gebruiken.

Mensen die de strandrolstoel nog niet kende hielden mijn vriend staande en vroegen of hij die zelf had gemaakt. Want hij bestond uit PVC buizen, dikke nylon kussens en polyurethane wielen met polypropylene banden. Na zijn mededeling dat hij hem niet zelf had gemaakt wist ik dat hij het wel had gekund als hij er de tijd voor had gehad.

De strandwacht zei hem dat duwen op droog zand makkelijker ging dan op nat zand. We kwamen er al snel achter dat de stoel geen remmen had, toen hij over een kleine helling naar het water rolde. Denkend dat dit kwam omdat ik te veel bewoog terwijl hij een foto van me maakte, riep hij: “Zit stil!” We hielden toen de stoel maar evenwijdig aan de waterlijn want ik wilde echt niet uit vinden of hij met mij erin zou blijven drijven of niet.

Aan de rugleuning van de stoel hing een nylon tas voor onze spullen, dus konden we de stenen en schelpen die we vonden op ons eerste avontuur met de strandrolstoel mee te nemen. Ik realiseer me nu dat hoe snel je gaat niet alleen afhangt van de kracht van de persoon die je duwt, maar ook van hoe zwaar de belading van de strandrolstoel is…


Gène - "Ook hier , net zoals op bestaande artikelen /blogs van Christine, straalt haar enthousiasme, plezier en ondernemingsgeest van het artikel af. Alles kan, alleen niet allemaal even makkelijk. Maar het KAN WEL!! Overigens lijkt mij dat deze constructie ook met pvc- buizen gevuld met zand (voor versteviging) best te verwezenlijken is. En ook nog licht in gewicht. Het is maar een idee maar helemaal onmogelijk lijkt me dit idee niet."


Toen ik van Europa naar de Verenigde Staten reisde nam ik de liefde van mijn echtgenoot en mijn nu dertien jaar oude zoon met me mee. Ongeacht waar ik me bevind ken en voel hun liefde, dus het was geen verrassing dat hun liefde gaf me de moed en de kracht die ik nodig had om ze achter te laten om de grootste uitdaging van mijn leven aan te gaan.

Toen mijn negentig jaar oude vader doodziek werd tengevolge van een darmperforatie, hoefde ik geen twee keer na te denken over het kopen van een open vliegticket dat me mijlenver van mijn gezin zou brengen. Ik werd plotseling in de grimmigste reis van mijn leven geworpen. Een uur na de ontvangst van de bevestiging van mijn digitale ticket in mijn email postvak toen brak de paniek in me los.

In al de jaren dat ik van New York naar Duitsland vloog had ik niet zoveel te verliezen gehad. Een huwelijk van veertien jaar, moederschap, om niet te spreken van mijn leven. Het werd allemaal zo onwerkelijk. Ik ging terug naar het huis waar we naar toe verhuisden toen ik nog een tiener was. Daar werd ik volwassen, ging werken en genoot van mijn leven met mijn ouders. In het souterrain van dat huis stond mijn computer. Op die computer ontmoette ik en werd ik verliefd op mijn echtgenoot die een halve wereld van me verwijderd was.

Na vijftien jaar in Nederland te hebben gewoond leek het of ik terugvloog in de tijd. Terug naar een tijd waarin ik nog niet alles had waarvan ik droomde. Had ik me voorgesteld een huis, een man en een zoon van mijzelf te hebben? Had ik echt het huis van mijn ouders verlaten op Long Island en een thuis voor mezelf gecreëerd aan de andere kant van de oceaan?

Eenmaal geland op Amerikaanse bodem hoorde ik alleen maar Engels. Ik had mezelf Nederlands geleerd, maar niemand spreekt dat hier. Mijn moeder en de buurvrouw begroetten mij toen ik door de douane kwam. Onze eerste stop was bij het ziekenhuis waar mijn vader zich lag af te vragen wat zijn lot was. Zoals gebruikelijk was hij blij mij te zien maar hij huilde en zei: “Ik heb geen idee wat er met me gebeuren gaat.” Ik verzekerde hem dat dit de reden was waarom ik gekomen was, maar ik realiseerde me dat hij nu net zo hulpeloos was ik als ik toen ik op deze wereld kwam. Hij en mijn moeder hadden me gebracht tot waar ik nu was, maar er ontbrak een stuk van mij – een stuk dat ik had achtergelaten (of, zoals het voor mij begon te voelen, nooit bestaan had).

De dagen werden doorgebracht met bezoeken aan mijn vader terwijl ik ’s nachts probeerde ik een manier te vinden hoe mijn moeder voor mijn vader kon blijven zorgen. Na met mijn jeugdvriendin te hebben gesproken, leek een inwonende verpleegster een optie. Zij had het hele proces doorlopen om voor haar tante medische verzorging te regelen, zodat ze een verpleegster aan huis kon krijgen. Dit proces duurde maanden, mijn moeder is niet meer wat ze geweest is, dus mijn vader kon niet naar huis voordat alles geregeld was.

Een vriend met wie ik had gewerkt sprak met me over wat hij had meegemaakt toen zijn ouders bejaard en ziekelijk werden. Hoewel hij mijlenver van mij op vakantie was, herinnerde zijn delen van ervaringen me er aan dat ik niet alleen was en dat, wat ik nu mee maakte, iets waar zoveel mensen mee geconfronteerd werden. Hij zei dat hij wenste dichterbij te zijn, zodat hij me kon helpen. Ik verzekerde hem dat hij me al hielp door met mij te communiceren. Ik wist dat ik zijn steun had.

Ik was onder de indruk en heel ontroerd toen een vriendin met MS aanbood om van Florida naar New York te vliegen, alleen maar om mij bij te staan. Haar: “Laat ons weten of we je ergens meer kunnen helpen. We zijn maar een korte vlucht van New York verwijderd,” gaf me zoveel troost.

Uiteindelijk realiseerde ik me dat het niet uitmaakte waar in de wereld ik ook was, ik was zowel iemands kind als ook iemands moeder toen een vriendin in Nederland me dagelijks e-mails stuurde met een foto van mijn zoon. Ze waren bedoeld om mij en mijn moeder op te vrolijken, maar die mailtjes herinnerden me eraan dat die jongen mijn realiteit was, ongeacht hoe ver ik van hem was.

Terwijl ik met dit alles te maken had aan de oostkust, kreeg ik alle aandacht van een vriendin aan de westkust. Zij luisterde naar wat ik allemaal meemaakte. Ook zij reisde duizenden kilometers zonder haar man om van haar vader afscheid te nemen. Ik volgde haar advies op en belde haar elke keer als ik me verloren voelde. Ik keek tegen haar op als tiener en voelde me altijd beter als ik met haar praatte. Zij wist waar ik doorheen ging en gaf me inzicht in wat er nog ging komen. Haar lach horen gaf me rust. Ik wist dat zij gelijk had toen ze opmerkte dat we, hoewel we elkaar een hele tijd niet gesproken hadden, gewoon weer de draad oppakken waar we gebleven waren.

Vriendschap en liefde kennen geen afstand.

Leon & Mieke - "Bravo Christine je toont ons weer eens eaar je bronnen zijn voor je levensmoed en je hulpvaardigheid! Je story is een opsterker!"

Jet - "Wat een mooi, hartverwarmend verhaal. Ja, je hebt gelijk. Vriendschap is van onschatbare waarde, vooral op moeilijke momenten in je leven!"

Nienke - "Wat een ontzettend mooi verhaal weer, en je hebt zo ontzettend gelijk! Ik hoop dat alles goed gaat, en hopelijk zien we je snel weer. Dikke xxx lieve zoevendemama - vriendin van me."

Gène - "Zoals van jou gewend; ook deze blog is het lezen en in me op nemen meer dan waard! De woorden die jou gevoel weergeven en de manier waarop je in 't leven staat is een voorbeeld voor iedereen ongeacht de situatie waar de lezer(es) zich in bevindt! MOOI!"

Lilian - "Je verhaal helpt me mede om te vechten tegen de longkanker. Ik wordt binnenkort geopereerd. Ook ik heb zoveel lieve mensen, mijn vader, zoon en dochter en lieve vrienden om me heen. En dat geeft me kracht om te vechten.!"

Tina - "Very nice post. I just stumbled upon your weblog and wished to say that I have really enjoyed surfing around your blog posts."

Lisa - "ik neem mijn petje voor je af, het leven is niet simpel maar zou het simpel zijn geweest dan hadden we niets geleerd op deze mooie aarde. En jij bent zo sterk geworden om dit aan te kunnen, gelukkig weet jij dat je er niet alleen voor staat. dikke knuffels van mij."


Beoordeeld Op Uiterlijk In Duitsland

Het was 5:30 uur toen mijn man en ik in onze auto stapten om mijn familie in Duitsland te gaan bezoeken. Alles was nog in diepe rust. Toen we onze eerste stop bij een tankstation maakten, gingen daar net de lichten aan. We wisten niet zeker of het al open was, dus mijn man ging kijken of hij koffie voor ons kon scoren. Terwijl hij naar binnen liep, zat ik in de auto met de deur open. Het was eind juli en op zo'n dag kan het in een auto behoorlijk warm worden. De vrouw achter de balie zag mij zitten. Ik zag dat ze al bezig was met het zetten van de eerste kan koffie van de dag. Ik had mij erg verheugd op deze kop koffie, want het was ook mijn eerste van die dag. Als je zo vroeg op moet en zo ver moet reizen, is koffie drinken voor vertrek onhandig. Je weet immers nooit of er een WC in de buurt is als je hem nodig hebt…

“Nou, nou, nou!” begon het verhaal van mijn man toen hij weer in de auto was.

Ik was benieuwd want van waar ik zat kon ik niets bijzonders zien, dus ik vroeg hem wat er aan de hand was.

“Nou, ik bestelde twee koppen koffie met onze standaard toevoeging: een rietje en een kop ijsklontjes of water voor jou en melk voor mij. Weet je wat ze tegen me zei?”

Mijn man vraagt al jaren om deze combinatie. Ik drink alles met een rietje en koffie is dan gewoon te heet zonder een paar ijsklontjes of water erin. Wij hebben al veel commentaar hierop gehoord zoals: “Bah, koude koffie is niet lekker”, maar aan de toon van mijn man zijn stem, merkte ik dat hij iets nieuws had gehoord van deze dame.

“Zij zei dat koffie niet goed was om medicijnen mee in te nemen.”

Hoe kon deze onbekende weten of ik medicijnen slikte of niet? Lachend zei ik: “JIJ bent van ons tweeën degene die medicijnen slikt, NIET IK!”

Mijn man ging verder: "Ik zei ook tegen haar: “Ik slik meer medicijnen dan mijn vrouw, want zij slikt er geen. Aan haar verwarde blik merkte ik dat zij dit niet grappig vond en dat zij mij niet geloofde... Terwijl zij met haar hoofd schudde, pakte zij een rietje, zei dat ze geen ijsklontjes had en deed wat water uit een fles in de koffie. Hopelijk zat daar geen koolzuur in. Jij weet hoe populair dat hier is.”

Ik was sprakeloos. Alleen omdat ik een zichtbare afwijking heb, werd automatisch aangenomen dat ik degene was die medicijnen nodig had. Terwijl de onzichtbare chronische ziekte in het gezond ogende lichaam van mijn man, niet wordt geloofd en beschouwd wordt als een rare grap.

Overigens zat er wél koolzuur in het water, het was dus ook nog eens de slechtste kop koffie ooit, en ik heb ze dan ook niet uitgedronken!

Gonny Tafuni-Smit
- "Ik meen te begrijpen hoe je je voelde. Zelf heb ik in 2004 bij aankomst op vliegveld Padang me ook zo enorm machteloos en gekwetst gevoeld. Na mijn Indonesiëreis met man en vrienden zou ik een heupprothese krijgen. In aanaden van de orthopeed nam ik een rolstoel mee in het vliegtuig om ter plekke gebruik van te maken. Als minister van financiën van ons gezelschap trok ik de portemonnee om een klein bedrag aan koffergeld te betalen. De dame die ik het geld gaf en waarvan ik nog wisselgeld te goed had tikte mijn vriendin op de schouder om te controleren of zij het juiste bedrag aan mij terug gaf. Mijn vriendin haalde haar schouders op en maakte het gebaar om aan mij terug te geven. Dame bleef aandringen en vond toch wel erg jammer dat ik geen Bahasa Indonesien sprak en zij mijn Engels niet verstond. Anders had ik haar uit kunnen leggen dat ondanks zitten in een rolstoel je hersens toch goed kunnen werken." 

Chistine Regber-Martens - "Ja, dit sort ding gebeurt bij mij ook. Dus binnen kort een nieuwe blog. :-) Bedankt voor jouw reactie!"
 

Corrie Lam - "Prettig om weer eens te lezen dat mensen met een onzichtbare handicap vaak op onbegrip stuiten." 

Chistine Regber-Martens
- "Mensen zijn vaak niet begripen dat is niet altijd afhankelijk van hen beperkingen. Onbegrip is nooit prettig, maar ja, om te weten dat het anderen ook gebeurt geeft wel een gevoel dat je niet de enige bent."


Zoeven Met De Trein

In de zestien jaren dat ik hier in Nederland woon, heb ik met mijn rolstoel gezoefd door de straten van Limburg, een taxi genomen naar het Designer Outlet in Roermond en een rondvaart gemaakt door de Amsterdamse grachten. We gingen ook met onze auto naar het strand in Scheveningen, maar ik was nog nooit in een trein geweest. Tot vorige week had ik geen idee hoe het zou zijn om te reizen met de Nederlandse Spoorwegen.

De vrienden met wie ik naar Amsterdam zou gaan hadden geen flauw idee hoe dat zou gaan uitpakken maar wilden desondanks het avontuur met mij aangaan. Zij wisten van een familielid met beperkingen dat reizen met de trein op wielen mogelijk was. Zij had dat meermaals met succes gedaan met een scootmobiel, maar zei dat we van tevoren moesten telefoneren om de mensen van de NS te laten weten welk type rolstoel ik zou gebruiken en datum, tijdstip van vertrek en van waar naar waar de reis zou gaan. Zij zoeken dan alle plaatsen op waar assistentie nodig is.

Mijn vrienden belden niet alleen met de NS, ze surften ook op het internet naar de ervaringen van andere gehandicapte treinreizigers hopend dat zij hun ervaringen hadden gedeeld met de wereld. Net zoals beperkingen voor iedereen anders uitpakken, variëren de ervaringen van iemand die per rolstoel reist. Met dit in gedachten ging ik op het forum kijken dat mijn vrienden hadden gevonden. De gedeelde ervaringen waren een mix van positiviteit, negativiteit en een sterk voorgevoel van wat er allemaal mis zou kunnen gaan.

Omdat ik iemand ben die niet naar waarschuwingen luistert van “kan niet” of “doe het niet”, plande ik mijn trip met mijn vrienden. Wij belden het nummer voor gehandicapten begeleiding van de NS: 030-2357822 en gaven hun de benodigde informatie. Men vertelde ons dat iemand ons zou opwachten op elk station om ons in en uit de trein te helpen. Indien we iets in het opgegeven schema moesten wijzigen konden we dat drie uur van tevoren melden.

Aangekomen op het perron voor onze eerste trein kwam ons een geüniformeerde NS werkster tegemoet. Ze vertelde ons dat ze, nadat ze ons de trein in had geholpen, ons volgende station zou bellen om te vertellen dat we op de trein zaten en bij welk portaal. Afhankelijk van de breedte van spleet tussen de trein en het perron wordt er óf een “brug” óf een “smalle draagbare rijplaat” gebruikt om die twee met elkaar te verbinden. In New York is die spleet niet zo breed en de treinen zijn op niveau met de perrons zodat je niet of nauwelijks hulp nodig hebt.

Voor onze eerste trein hadden we de “brug” nodig. Toen we overstapten naar de trein, bekend als De Sprinter, was de spleet smaller, dus werd de smalle draagbare rijplaat gebruikt. Iedereen was punctueel om de benodigde spullen aan te brengen en ons daarna naar de volgende trein te begeleiden. We kwamen veilig en wel op onze bestemming aan.

Onze terugreis was een beetje meer gecompliceerd vanwege een volle trein en een ongeluk dat plaats had gevonden op de lijn waar wij op reden. Omdat het eerste station klein was, werden we door een taxichauffeur opgewacht in voor het station en die bracht ons naar het perron. Hij was door de NS opgeroepen om ons te assisteren. Hij wist waar de smalle oprijplaat was, legde die op z’n plek en belde het volgende station met de mededeling dat wij daar over vier minuten zouden aankomen. Ik realiseerde me dat er voor de Sprinter een brug niet nodig was. De volgende trein was ook geen probleem, maar opeens boem, overal mensen. Het was 19:30 op een donderdag, dus ik had niet meer zoveel mensen verwacht. Ze waren allemaal hoffelijk gingen opzij om mij binnen te laten. We installeerden ons naast iemand met een handicap die reisde met een Segway en begonnen een gesprek over hoe wij zoefden door de straten van Nederland.

Tijdens de twee uur durende rit werd de trein allengs leger en konden we de acht treden opklimmen naar het bovendek van de trein. Daar zag ik de monitors van de trein waarop de mededeling dat we niet konden doorrijden naar onze eindbestemming vanwege de aanrijding met een auto en dat bussen zouden worden ingezet. Ik begon me af te vragen hoe dat zou gaan werken en overwoog mijn man te bellen voordat hij op het nieuws zou horen dat de trein een auto had aangereden. Ik was net het nummer aan het intoetsen toen er een mevrouw binnenkwam en zei dat de informatie op de monitor niet meer actueel was. Volgens de website van de NS was alles van het ongeval opgeruimd en onze trein zou op tijd arriveren op onze eindbestemming.

Alles was goed gegaan met genoeg spanning om het interessant te houden.